Moeten of mogen?
Aan het werkwoord ‘moeten’ plakt een negatieve lading. Het sluit uit dat we een keuze hebben, iets wordt ons opgelegd door iemand of een situatie. ‘Moeten’ geeft een gevoel van niet anders kunnen dan en daar hebben we allemaal een hekel aan. We willen graag zelf bepalen wat we wel of niet doen. We willen de regie in eigen handen houden.

Van ‘moeten’ krijg je stress, het is immers geen vrije wil en geen vrije keus. In de praktijk heb je veel vaker een keus, dan je jezelf misschien bewust bent. We dénken, dat we heel veel moeten. Ik kan de reacties al horen, zoals: ‘ja, maar ik moet toch echt de kinderen van school halen’ of ‘maar ik moet toch boodschappen doen voor het avondeten’ en ‘ja, maar ik heb te maken met een deadline en over twee dagen moet het rapport op het bureau van mijn manager liggen, dat is niet anders, daar heb ik echt geen keus in.’.

Maar is dit waar? Je móet de kinderen niet van school halen, je kunt er ook voor kiezen dat je ze niet ophaalt. Dat wil je alleen niet, want dan staan je kinderen moederziel alleen op het schoolplein. Dus maak je de keuze om je kinderen van school op te halen. Hetzelfde geldt voor het boodschappen doen: je kunt ook beslissen om geen boodschappen te doen. De consequentie is dan, dat je geen eten in huis hebt (en dat je ‘verplicht’ uit eten moet 😉 ), en de vraag is: wil je dat? En omdat je geen gedoe wil met je manager en eigenlijk zelf ook het rapport over twee dagen klaar wil hebben, is het dus geen ‘moeten’ afhebben van het rapport, maar een keuze.

Dus: je mág de kinderen van school halen, je mág boodschappen doen en je mág de klus binnen twee dagen klaren.

Als je van al jouw ‘moeten’ nu een ‘mogen’ maakt, maak je het jezelf een stuk gemakkelijker en lichter. Je stresslevel neemt af, omdat je met ‘mogen’ de druk van een taak of situatie af haalt. Ook als een taak echt voelt als moeten, helpt het als je i.p.v. ‘moeten’ ‘mogen’ zegt. Simpelweg omdat het woord ‘mogen’ geen negatieve lading heeft. Keuzevrijheid geeft energie.

Wil je ook af van de druk die ‘moeten’ je geeft? Lees dan de onderstaande tips.
1) let er eens op hoe vaak je per dag het woord ‘moeten’ gebruikt. Waarschijnlijk schrik je van hoe vaak je dit zegt
2) voel eens wat het met je doet, als je het woord ‘moeten’ uitspreekt
3) zeg de zin met ‘moeten’ erin nog een keer hardop, maar dan met ‘mogen’ in plaats van ‘moeten’
4) voel wat het met je doet, als je jezelf een keuze geeft door ‘mogen’ te zeggen in plaats van ‘moeten’
5) maak er een gewoonte van ‘mogen’ te zeggen waar je voorheen ‘moeten’ zou zeggen.